Ontmoeting in kleur
met een dankbare knipoog naar alledaags geluk

Passie in een kleurenpalet

Hoe boeiend de wereld van de kleuren is, hoef ik jou al lang niet meer te vertellen. Iedere dag opnieuw is er wel ergens een ‘wauw’-moment aanwezig. Wolkenformaties bij valavond, het zonlicht dat steeds andere verrassende schaduwen tovert, de schoonheid van de herfst, het is echt niet nodig om beginnen opsommen om te begrijpen wat ik bedoel. Kleuren zijn echter niet alleen in hun fysiek waarneembare facet zo krachtig. Zelfs bij de omschrijving van tinten raken zij perfect de snaren van ons gevoel. Als ik de algemene termen uitspreek: rood, geel, blauw, groen, zwart, wit... dan weet ik gewoon dat iedere kleur een bepaald gevoel opwekt. Het is algemeen geweten dat groen rust uitstraalt, rood agressie in de hand werkt, blauw je even een koude rilling geeft, en oranje eetlust opwekt. De psychologie van kleurenleer is een heuse studiematerie die vooral in de marketing bijzonder gegeerd is. Het is echter niet deze tak die mijn interesse triggert.

Als kunstenaar doorleef je iedere vorm van creëren met je hart, met passie. Of het nu je eigen werken zijn, of die van iemand anders, of het nu beeldende kunst is, abstract, figuratief, maar ook aangrijpende muziek of waarom niet in schitterende literatuur, je gaat op zoek naar de oorsprong van gevoelens, naar de boodschap, naar de de ziel van de mens die iets wil delen. En ware het niet dat kleur in al deze stromingen aanwezig is. Luister je naar muziek, dan kan je daar ongetwijfeld een kleur of zelfs kleurenpalet aan koppelen. Spreek je over een kleur, dan voel je die in je hart zonder dat je ze ziet. Zwart-wit, pasteltinten, het harde rood, het koude blauw, het zachte groen, zit ik er ver naast als ik denk dat iedereen zich automatisch een eigen voorstelling maakt? Kleuren hangen samen met gevoelens. Alleen al door de sfeer die de auteur tracht te creëren, kan je kleuren voor je geest halen.

Ontdekkingsreis naar woorden en kleuren

Dit leidt mij naar een meerjarenproject waar ik al een hele tijd mee bezig ben. Verschillende jaren geleden las ik in de krant toevallig een artikel over de Nobelprijswinnaar literatuur die dat jaar verkozen was (Patrick Modiano, in 2014). In een bijlage was de lijst opgenomen van alle winnaars tot dat jaar toe. Tot mijn grote verbijstering kende ik daar bijna niemand van, laat staan de literaire werken van deze mensen.

Ik heb toen besloten om volgend project te starten, nl. te trachten om van elke Nobelprijswinnaar literatuur minimum één werk te lezen. Met een gemiddelde van vier boeken per jaar, zal ik daar in totaal meer dan 24 jaar bezig zijn. Hoe geniet ik ervan als ik met mijn lijst naar de bibliotheek kan trekken, als het ware op schattenjacht, of op mijn verjaardag één van de boeken van de lijst verschijnt.

Ondertussen heb ik al een enorme rijkdom ontdekt van literatuur, van boeken en schrijvers. Prachtig, subliem, beklijvend, soms schrijnend, hard, zo menselijk, raakbaar, maar o zo boeiend, leerrijk en in van tijd tot tijd zo kleurrijk!

Hierbij wil ik enkele regels met je delen, enkele stukken die mij op een bijzondere wijze bijgebleven zijn. Uiteraard staan ze hier volledig los van hun context, maar misschien maak ik jou wel warm om het hele boek eens ter hand te nemen.

Geniet mee van enkele passages

'Ik werd met fijne penselen op verzadigd papier uit Hindistan en Boechara gesmeerd terwijl leerjongens met prachtige ogen en meester illuminators op me neerkeken, ik was te zien in Oesjak-tapijten, muurdecoraties, in hemden die gedragen werden door mooie vrouwen die, de hals genegen, door een kier in het venster naar buiten keken, in de kammen van vechtende hanen, in de sprookjesachtige vruchten uit sprookjesachtige landen, in granaatappelen, in de mond van de satan, in de binnenste dunne lijnen van de bladkaders, in krullerige versieringen van tenten, in de fijne bloemen, nauwelijks met het blote oog waarneembaar, die de illuminator zomaar, voor zijn eigen plezier, aanbracht, in de morellen ogen van vogels van suikerwerk, de kousen van herders, in wonderschone zonsopgangen en in de dode lichamen en wonden van duizenden, tienduizenden krijgslieden, sjahs, geliefden.

'Ik hoor wel wat u vraagt: wat betekent het een kleur te zijn? Kleur is de streling van het oog, de muziek van de dove, een woord in de duisternis. Laat ik zeggen dat mijn aanraking is als die van een engel, omdat ik sinds tienduizenden jaren de gesprekken van geesten heb beluisterd, als een zucht van de wind, van boek tot boek, van voorwerp tot voorwerp. Een deel van mij roept hier uw ogen aan; dat is mijn zware kant. Een ander deel stijgt op de wieken van uw blikken naar de lucht; dat is mijn lichte kant.'
Ik ben zo blij dat ik Karmozijn ben! Het brandt in me; ik ben krachtig; ik weet dat ik opgemerkt wordt, en ook dat u mij niet kunt weerstaan.'
Ik verberg me niet: voor mij kan subtiliteit niet bewerkstelligd worden met zwakheid en weekheid, maar met vastberadenheid en wilskracht. Ik plaats mijzelf op de voorgrond. Ik ben niet bang voor andere kleuren, voor schaduwen, drukte of eenzaamheid. Wat is het heerlijk om een oppervlak dat op me ligt te wachten te vullen met mijn vuur! Waar ik wordt verspreid gaan ogen glanzen, worden passies heviger, worden wenkbrauwen gefronst, versnelt de hartslag. Kijkt u toch naar me: wat is het heerlijk te leven! Ziet u me toch aan: wat is het heerlijk te zien. Leven is zien. En ik ben overal zichtbaar.''

Een fragment uit het boek 'Ik heet Karmozijn' van Orhan Pamuk. Het verhaal speelt zich gedurende twaalf winterse dagen in het Istanbul van 1591 af. In opdracht van de Osmaanse Sultan werken de beste hofminiatuurschilders in het geheim aan een boek in westerse stijl, een uiterst controversiële opdracht, die indruist tegen de heersende opvattingen. Het boek beschrijft op een fantastische wijze de verschillen in manier van denken, de filosofie, de oorsprong en de daaruit opgebouwde culturen van het oosten tegenover het westen.

Lees de tekst, sluit dan je ogen en en laat het beeld op je inwerken

'Het waas van het avondlicht maakte de rode aarde glanzend zodat haar afmetingen zicht verdiepten, en een steen, een paal, een gebouw grotere diepte had en meer stevigheid dan in het daglicht; en deze voorwerpen werden vreemd genoeg meer individueel - een paal was meer essentieel een paal, zich aftekenend tegen de aarde, waarin hij stond, en tegen het maisveld, waartegen hij zichtbaar was; en de haveloze wilg was zichzelf, losstaand van alle andere wilgenbomen. De aarde verleende licht aan de avond. De voorkant van het grijze, verveloze huis, dat op het westen uitkeek, was even glanzend als de maan. De grijze, stoffige vrachtauto tekende zich magisch af in het licht, in het overdreven perspectief van een toverlantaarn.
Ook de mensen waren veranderd in de avond, kalmer. Zij gehoorzaamden impulsen die slechts vagelijk werden waargenomen in hun denkende geest. Hun ogen waren naar binnen gekeerd en rustig, en hun ogen waren ook glanzend in de avond, glanzend in hun stoffige gezichten.'

Een fragment uit 'De druiven der gramschap' van John Steinbeck, waar hij de tocht omschrijft van een kleine familie die, net als duizenden andere boeren en landarbeiders in de jaren dertig gedwongen worden te immigreren van het kurkdroge Oklahoma naar het beloofde land Californië, of in ieder geval op zoek naar werk. Een verhaal van valse hoop, onmogelijk verlangen, schokkend en controversieel, zó intens menselijk, waar de waardigheid van de menselijke geest ondanks alles centraal staat.

Dit zijn bijzondere boeken, bijzondere verhalen. Het is een ongelofelijk boeiend project, een verrijking voor hart en ziel. Deze schrijvers bundelen in alle stilte hun passie, hun verhaal en hun diepgaande kennis over een materie en reiken deze aan in een ongelofelijk gebruik van de taal, enkel de taal. Zij laten toe soms verrassend andere invalshoeken te ontdekken, maar uiteindelijk ben je als lezer zelf diegene die ermee aan de slag gaat. Ik kan het alleen maar aanraden.

Van karmozijn naar het zeldzame blauw

Ik kan me voorstellen dat het moeilijk was om uit die eerste schets op te maken wie er deze keer op de afspraak was. Moest ik nog enkele streepjes iets duidelijker ingekleurd hebben, dan had iedereen waarschijnlijk wel geraden dat het over de Vlaamse gaai zou gaan.

De gaai is een luidruchtige, bont gekleurde vogel met een opvallend witte stuit. Zijn verenkleed is voor het grootste deel grijsbruin met een roze tint. Hij heeft een gestreepte kruin, een pikzwarte snorstreep en een witte keel. Het uiterste onderste deel van zijn vleugels heeft hij de typisch blauw-zwart gestreepte band. De gaai wordt tussen de 32 en de 35 cm groot.

De wetenschappelijke naam voor de gaai (Garullus glandarius) is te vertalen als 'voortdurend krassende eikelzoeker'. Dit luidruchtige karakter typeert hem blijkbaar enkel in de winter, in het broedseizoen is hij opvallend stil en schuw.

Het tweede en derde deel van zijn naam doet hij wel alle eer aan. Met zijn krassende stem heeft hij zelfs een alarmfunctie voor indringers voor andere dieren. Zij reageren op de alarmroep van de vogel door zich te verbergen.

De gaai voedt zich in het voorjaar en de zomer vooral met insecten, kevers, rupsen en menselijke voedselrestjes. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren lust hij graag. In de herfst schakelt hij over op beukennootjes, hazelnoten en vruchten zoals bramen, kersen, frambozen, lijsterbessen. Eikels vormen in het najaar de favoriete voedselbron. En dat verklaart de laatste term van zijn naam: Gaaien verzamelen in het najaar (september - oktober) om en bij de 5000 eikels. De eikels worden één voor één in de krop verzameld. Met enkele eikels in de krop en één in de snavel vliegt hij naar zijn territorium om ze in de grond te verstoppen als wintervoorraad. Wat later niet wordt teruggevonden, groeit soms uit tot een nieuwe eik. De gaai is dan ook één van de beste bosbouwers. Ook zijn Duitse naam 'Eichelhäher' doet hij hierbij alle eer aan.

Wie zich al eens afgevraagd heeft waar al die eikels toch voor dienen in de herfst. Hier is dus het antwoord!

Blijkbaar is de naam 'Vlaamse gaai' een verouderde term. Momenteel is de vogel kortweg bekend als 'Gaai'. Er zijn verschillende hypothesen die het Vlaamse karakter in deze naam kunnen verklaren. Gaaien kunnen in sommige jaren ons land met tienduizenden overspoelen. Waar al die vogels plots vandaan komen, is niet altijd duidelijk. Het 'Vlaamse' van de gaai zou zijn oorsprong hebben gevonden in Nederland omdat onze noorderburen dachten dat al die invasiegaaien uit Vlaanderen afkomstig waren.
Een tweede verklaring voor de oude soortnaam is dat de gaai wordt gekenmerkt door een fraai verenkleed dat deed denken aan de kledij van de gegoede burgerij uit het rijke Vlaanderen. Nog een andere mogelijkheid is dat vogel veel eerder in Wallonië dan in Vlaanderen een naam zou gekregen hebben, nl "gay". Later zou dan in Vlaanderen de uitdrukking geboren zijn "in het Vlaams is het gaai".

De Vlaamse gaai heeft mij altijd bekoord, waarschijnlijk door zijn blauw-zwart gestreepte vleugels waarvan het blauw even diep is als de hemel op warme dagen. Onze gaai is bij zijn bezoek iedere keer opnieuw een opvallende verschijning. Het is daarbij altijd een fijne verrassing als je een van zijn geschilderde veertjes zomaar voor je voeten ziet liggen.

Iedere vogel zijn eigen karakter, zo mooi om te zien!

De kracht van kleur, passie in een kleurenpalet